De bewering dat dinosauriërs in vogels veranderden, ondersteunden evolutionisten door de bewering dat sommige dinosauriërs met hun voorpoten flapperden terwijl zij op vliegen joegen, vervolgens vormden zij vleugels en vlogen.
Omdat deze bewering helemaal geen wetenschappelijke basis heeft en niets anders dan verbeelding is, heeft deze theorie ook een tegenstrijdigheid in zich; het voorbeeld dat de evolutionisten geven om de oorsprong van het vliegen uit te leggen, zegt dat de vlieg al perfect kon vliegen. Terwijl de mens zijn oog niet meer dan tien maal per seconde kan openen en sluiten, moet de vlieg zijn vleugels met een snelheid van 500 maal per minuut op en neer slaan. Verder beweegt hij beide vleugels tegelijk. De geringste dissonantie in de vibratie van de vleugels zal er al voor zorgen, dat de vlieg het evenwicht verliest, dit gebeurt echter nooit.
De evolutionisten moeten eerst maar eens met een verklaring komen hoe de vlieg de perfecte vliegmogelijkheden heeft verkregen. In plaats daarvan verzinnen zij denkbeeldige scenario's hoe veel onhandigere dieren zoals reptielen, gingen vliegen.
Zelfs de perfecte schepping van de huisvlieg maakt de bewering van evolutie ongeldig. De Engelse bioloog Robin Wootton schreef in een artikel met de titel: "Het mechanische ontwerp van vliegenvleugels:
"Hoe beter we de werking van de insectenvleugels gaan begrijpen, des te subtieler en mooier het ontwerp voor ons is. De structuren worden traditioneel gezien ontworpen om zo min mogelijk deformatie te veroorzaken; mechanismen zijn ontworpen om onderdelen op een voorspelbare manier te bewegen. De insectenvleugels combineren beide eigenschappen; zij gebruiken onderdelen met een grote buigzaamheid, elegant samengevoegd om gepaste deformaties toe te laten om de gewenste krachten te verkrijgen om zich zo goed mogelijk in de lucht voort te kunnen bewegen. Zij hebben tot nu toe weinig of geen technologische parallellen." (Robin J. Wootton, "The mechanical design of insect wings", Scientific American, vol. 263, November 1990. p.120)
Aan de andere kant is er geen enkel fossiel dat het bewijs kan leveren voor de denkbeeldige evolutie van vliegen. Dit is wat de belangrijke Franse zoöloog Piere Grassé bedoelde, toen hij zei: "Wat de oorsprong van insecten betreft, verkeren wij nog volledig in de duisternis." (Piere-P. Grassé, Evolution of living organisms, New York, Academic Press, 1977, p. 30)
Hiç yorum yok:
Yorum Gönder